{% if(ViewMode == "livesite"){ %} {% }

Humanisering van de arbeid

De sociale partners van de bouwsector hebben op 10 maart 2016 een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst Humanisering van de arbeid  (+ wijziging van CAO van 9 november 2017)
gesloten. Deze cao treedt in werking op 1 april 2016 en vervangt de bestaande cao van 10 februari 2005 over sociale voorzieningen. De nieuwe cao is aangepast aan de actuele welzijnsreglementering. Het koninklijk besluit van 10 oktober 2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden, geldt als inspiratiebron voor de nieuwe cao. Dit koninklijk besluit geldt niet voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, maar is wel van toepassing op werkplaatsen en burelen van bouwbedrijven.

De cao voorziet onder meer het volgende:

Gemeenschappelijke bepalingen

  • De collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeid(st)ers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf
  • De tekst van de cao moet uitgehangen worden op een voor de arbeid(st)ers zichtbare en toegankelijke plaats
  • De sociale voorzieningen (kleedkamers, refters, wasplaatsen, toiletten, verzorgingslokalen) worden ondergebracht in één of meer lokalen die volledig gescheiden zijn van de werkpost
  • De kleedkamers en wasplaatsen moeten in één lokaal of in aangrenzende lokalen die met elkaar in verbinding staan, worden ingericht;
  • Het aantal sociale voorzieningen staat in functie tot het aantal gelijktijdig tewerkgestelde arbeid(st)ers
  • Indien een beroep gedaan wordt op onderaannemers, maakt de hoofdaannemer schriftelijke afspraken omtrent de installatie, het gebruik en het onderhoud van de sociale voorzieningen
  • De hoofdaannemer zal de onderaannemer op de hoogte brengen als hij zich niet of gebrekkig houdt aan de afspraken. Indien de onderaannemer hier geen gevolg aan geeft, zal de hoofdaannemer op kosten van de onderaannemer zelf instaan voor de uitvoering van deze afspraken;
  • De sociale voorzieningen moeten bestand zijn tegen klimatologische invloeden zoals wind, regen, sneeuw, warmte, koude, …; 
  • De sociale voorzieningen moeten stevig en stabiel opgesteld zijn;
  • De lokalen moeten op slot kunnen en de deur moet naar buiten opengaan; 
  • De werkgever duidt één of meerdere personen aan voor het onderhoud van de sociale voorzieningen; 
  • De sociale voorzieningen moeten minstens één maal per dag gereinigd worden en dit volgens de voorschriften van de fabrikant, o.a. wat betreft schoonmaakmethodes, -middelen en –producten;
  • In de sociale voorzieningen geldt een absoluut rookverbod;
  • De inplanting en de toegangsmogelijkheden van de sociale voorzieningen worden bepaald na advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer
  • Indien het een tijdelijke of mobiele bouwplaats betreft dienen de inplanting en de toegangsmogelijkheden van de sociale voorzieningen door de veiligheidscoördinator te worden opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsplan
  • De sociale voorzieningen moeten ingericht worden vanaf de aanvang van de bouwwerken; 
  • Indien het natuurlijk licht onvoldoende is, moeten de sociale voorzieningen uitgerust worden met een gepaste kunstmatige verlichting. De sociale voorzieningen zijn tevens uitgerust met een voldoende sterke noodverlichting
  • Een voldoende en aangepaste uitrusting voor de brandbestrijding moet aangebracht worden in de sociale voorzieningen; 
  • De arbeid(st)ers zijn verplicht de voorzieningen die hen ter beschikking worden gesteld te gebruiken en de richtlijnen die hen verstrekt worden door de bevoegde verantwoordelijke(n) na te leven.

Kleedkamers

  • Het is verboden in de kleedkamers refters in te richten of de arbeid(st)ers toe te laten er maaltijden te nemen; 
  • De kleedkamers moeten voorzien zijn van gepast materiaal voor het drogen, ophangen en opbergen van kledingstukken, met de mogelijkheid de persoonlijke en werkkleding afzonderlijk op te bergen; 
  • Iedere arbeid(st)er beschikt over twee kleerkasten, de ene voor werkkledij, de andere voor eigen kledij. Wanneer er geen specifiek risico is, kan van deze bepaling worden afgeweken op advies van het comité voor preventie en bescherming op  het werk, of bij ontstentenis van de vakbondsafvaardiging. Bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging raadpleegt de werkgever zelf zijn arbeid(st)ers. Bijgevolg dient slechts één kast ter beschikking worden gesteld;
  • De kasten moeten individueel zijn, vervaardigd uit hard en afwasbaar materiaal en gescheiden door volle tussenschotten. De luchtverversing moet doeltreffend zijn.
  • Elke werknemer moet zijn kledij tijdens de werktijd achter slot en grendel kunnen bewaren.
--> Checklist Kleedruimte
 

Refters

  • De oppervlakte van de refter, moet minimaal 1,50m² per persoon bedragen. De hoogte mag niet minder dan 2m bedragen; 
  • De refters moeten voorzien zijn van een voldoende aantal tafels en stoelen of banken met rugleuning, een drinkwatervoorziening, geschikte voorzieningen om voedingswaren op te bergen en koel te houden en om de vaat te doen, een opwarmtoestel voor eten en drinken, hygiënische voorzieningen voor vuilnis en afval
  • In bepaalde gevallen (extreme warmte of koude, werkzaamheden die veel energieverbruik vereisen, hevige psychische stress,…) wordt na voorafgaand advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, een afgescheiden verzorgingslokaal voorzien, hetzij in de refter, hetzij in een andere plaats.
  • De oppervlakte van het rustlokaal bedraagt minimaal 1,50 m² per persoon.
--> Checklist Refter
 

Wasplaatsen

  • De vloer moet zo zijn samengesteld dat hij kan gereinigd en ontsmet worden en uitglijden en vallen voorkomt; 
  • De muren en scheidingswanden zijn waterbestendig en glad; 
  • De wasplaatsen en douchecabines voor mannen en vrouwen zijn in afzonderlijke lokalen ondergebracht; 
  • De wasplaatsen moeten het volgende bevatten: een toevoer van water, een lozingssysteem voor het gebruikte water, een voldoende voorraad zeep, een voldoende hoeveelheid gepaste middelen om zich te drogen; 
  • De wastafels kunnen individueel of collectief zijn en moeten voorzien zijn van water;  
    In bepaalde bijzondere gevallen (behandeling van prikkelende, besmette, vette stoffen,…) en op advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer  moeten de wastafels voorzien zijn van kranen met warm en koud water en moeten er aangepaste reinigingsmiddelen voorhanden zijn; 
  • Indien een sociale voorziening met stromend water onmogelijk is, moet een watervoorraadbak aan de wastafels gekoppeld worden om de toevoer van water toe te laten; 
  • De werkgever stelt een douche met warm en koud water ter beschikking van de werknemers, indien:
    • De arbeid(st)ers worden blootgesteld aan extreme warmte of koude;
    • De arbeid(st)ers sterk bevuilend werk verrichten;
    • De arbeid(st)ers worden blootgesteld aan gevaarlijke chemische of biologische agentia;
    • Er wordt voorzien in één douche per groep van zes werknemers die gelijktijdig de arbeidstijd beëindigen.
  • De doucheruimten zijn:
    • voldoende ruim zodanig dat iedere werknemer zich in staat kan stellen om zich onder hygiënisch verantwoorde omstandigheden te wassen;
    • voorzien van kapstok of kleerhaak en legplank die toelaten de persoonlijke bezittingen droog op te bergen;
    • van elkaar gescheiden door ondoorzichtige wanden van tenminste 1m90 hoog;
    • gemakkelijk te onderhouden;
    • zodanig ingericht dat de werknemers niet kunnen uitglijden of vallen;
    • voorzien van een vloer die dagelijks gemakkelijk kan schoongemaakt en ontsmet worden.
  • De temperatuur van het water bedraagt 36°C tot 38°C en de werknemers worden niet blootgesteld aan tocht;
  • De werkgever moet in de wasplaatsen of stortbaden zeep en eventueel aangepaste reinigingsmiddelen voor de handen, op advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, ter beschikking stellen; 
  • De werkgever levert de handdoeken kosteloos en in voldoende hoeveelheid, laat deze regelmatig wassen en vervangen en verbiedt de arbeid(st)ers ze uit de wasplaatsen weg te nemen; 
  • Aan de wastafels mogen de handdoeken vervangen worden door ander systemen om de handen te drogen.
--> Checklist Douche
--> Checklist Wasplaats
 

Toiletten

  • Er moeten toiletten voorzien zijn voor de arbeid(st)ers op de bouwplaats, zo dichtmogelijk bij de arbeidspost, ongeacht de aard van het werk of het aantal tewerkgestelde arbeid(st)ers;
  • De toiletten zijn volledig van elkaar gescheiden en herkenbaar door een pictogram. De arbeid(st)ers moeten zich vrij naar de toiletten kunnen begeven;
  • De vloer en de scheidingsmuren van de toiletten moeten bedekt zijn met duurzame en waterdichte materialen;
  • Er moet ten minste 1 toilet per 15 arbeid(st)ers zijn en 1 urinoir per 10 arbeid(st)ers;
  • Per 4 toiletten of urinoirs is er één wastafel;
  • Elk toilet moet voorzien zijn van een waterspoelingssysteem, een afsluitbare deur en efficiënte ventilatie.
 

Specifieke bouwplaatssituaties

1. Sociale voorzieningen op kleine bouwplaatsen

  • Een hoofdstuk werd ingelast over specifieke bouwplaatssituaties. De tekst voorziet dat “zeer uitzonderlijk”, omwille van de kortstondigheid van de activiteiten en de materiële onmogelijkheid om de concrete toepassingsmodaliteiten van de cao na te leven, deze toepassingsmodaliteiten “aangepast” kunnen worden bij bouwwerken van zeer korte duur en bij kleine bouwplaatsen (5 arbeiders);
  • Dit belet echter niet dat er steeds voorzieningen moeten zijn voor de arbeid(st)ers (bijvoorbeeld een compacte werfkeet) om hen de gelegenheid te geven hun kleding op te bergen, zich te wassen, de maaltijden te gebruiken, naar het toilet te gaan,…;
  • Deze (uitzonderings)modaliteiten moeten echter vooraf ter advies voorgelegd worden aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
--> Checklist Toilet
 

2. Sociale voorzieningen op bouwplaatsen met een mobiel karakter of met een grote geografische spreiding

Uitzonderlijk kunnen voor bouwwerken op bouwplaatsen met een mobiel karakter of met een grote geografische spreiding (wegeniswerken, spoorwerken, nutswerken enz.), kleine mobiele geïntegreerde sociale voorzieningen met een kleedkamer en een refter worden ingezet.

Voor de inrichting van deze geïntegreerde sociale voorzieningen kan worden afgeweken van de voorwaarde dat de refter en de kleedkamer gescheiden moeten zijn.

Het gebruik van dergelijke geïntegreerde sociale voorzieningen dient voorafgaandelijk ter advies voorgelegd aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.

Niettemin dienen op deze bouwplaatsen volgende sociale voorzieningen steeds aanwezig te zijn:

  • Stortbaden in de nabijheid van de arbeidspost of centraal ingepland;
  • Standaardtoiletten of chemische toiletten dicht bij de werkpost.

3. Chemische toiletten – WC-cabines

  • Indien het onmogelijk is standaardtoiletten dicht bij de arbeidspost te installeren, kan aanvullend voor wegenwerken en omvangrijke bouwplaatsen geopteerd worden voor chemische toiletten en WC-cabines die aan de volgende vereistenvoldoen:
    • een solide constructie
    • een lichtdoorlatend dak en/of kunstverlichting
    • een tochtvrije ventilatie
    • een slipvrije bodem
    • een toiletbak met waterspoeling
    • een afscheiding tussen toiletbak en het opvangreservoir, voorzien van een klep met pedaalbediening
    • een urinoir met stromend water
    • een toiletpapierhouder
    • een klerenhaak
    • een afvalbakje
    • een deurvergrendeling
  • Er moet minstens 1 cabine zijn per 10 arbeid(st)ers;
  • De cabines moeten dagelijks gereinigd worden, rekening houdend met de schoonmaakvoorschriften van de leverancier;
  • Bij de chemische producten worden duidelijk opgestelde veiligheidsinformatiebladen geleverd met vermelding van de samenstellende producten en R- en S-zinnen;
  • Er worden tevens toiletten voorzien bij de refter.
--> Checklist Chemisch toilet
 

Dranken

  • Onverminderd de bepalingen van het KB van 4 juni 2012 betreffende de thermische omgevingsfactoren, worden onder de arbeid(st)ers kosteloos warme drankenverdeeld wanneer de buitentemperatuur minder dan 5 °C bedraagt; 
  • Daarnaast worden op advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en in elk geval wanneer de buitentemperatuur het vereist, onder arbeiders/-sters kosteloos gekoelde dranken verdeeld;
  • Individuele drinkbekertjes, eventueel van het wegwerpsoort, moeten ter beschikking worden gesteld. De distributiepunten moeten gemakkelijk bereikbaarzijn;
  • Is er een drinkwatervoorziening of kan er aangesloten worden bij een drinkwaterlevering en indien het werk grote vergiftigings- of besmettingsrisico’s inhoudt of bijzonder bevuilend is, dan kan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer het aanbrengen van drinkfonteintjes of distributiepunten met wegwerpbekers voor de arbeid(st)ers voorschrijven;
  • Het is verboden alcoholische dranken ter beschikking te stellen.

Overleg met het comité voor preventie en bescherming op het werk

  • Iedere werkgever moet voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst voorafgaandelijk het advies vragen aan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging;
  • Bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging raadpleegt de werkgever zelf zijn arbeid(st)ers omtrent de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst;
  • Dit geldt inzonderheid voor al de bepalingen waar het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gevraagd wordt;
  • Tevens verstrekt de werkgever alle informatie aan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging, betreffende de maatregelen die getroffen worden in toepassing van dit besluit. 

Constructiv

Constructiv is niet officieel erkend om installaties, voorzieningen, … goed te keuren. Als preventie-instituut van de bouw geven wij de werkgevers uit de bouwsector echter wel het advies om de collectieve arbeidsovereenkomst te respecteren.

Bij meningsverschillen of problemen kan er altijd beroep gedaan worden op de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk – e-mail: tww@werk.belgie.be

Naargelang de situatie heeft deze directie een raadgevende, preventieve of repressieve rol.